Geschiedenis : Hoewel de Australian Shepherd in zijn naam "Australian" met zich meedraagt, is het een Amerikaans ras, met onder zijn verre voorvaderen Baskische-en Spaanse herdershonden. Tegen het einde van de 19e eeuw emigreerden Baskische herders naar Australie om daar werk te vinden. Hier begon onze Australian Shepherd aan zijn reis. Rond deze periode werden Australische schapen geimporteerd in Amerika en samen met de kuddes kwamen ook de Baskische herders en hun "little blue dogs". De Amerikanen, Die alleen maar zagen dat deze hondjes uit Australie kwamen, doopten hen "Australian Shepherd". Het ras wordt sinds oktober 1996 ook officieel door de FCI erkend.
Rasstandaard: De Australian Shepherd is een evenwichtig en stevig gebouwde hond van middelmatige grootte. Hij is in lichaam iets langer dan hoog. Hij heeft een middellange vacht en komt in verschillende kleuren voor. En karakteristieke eigenschap is zijn gecoupeerde staart of natuurlijke "bobtail". De lichaamsbouw van de reu straalt mannelijkheid uit. Hij is echter niet grof. Teven zijn in bouw veel vrouwelijker zonder echt tenger te zijn. Beide geslachten hebben behoorlijk bot.
Grootte: De gewenste schofthoogte is bij de reu tussen de 50 en 57.5 cm. Bij de teven is dit van 45 en 52.5 cm. Er mag niet in kwaliteit worden ingeboet ten voordele van de grootte.
Hoofd : Het hoofd is fijn besneden, sterk en droog. De grootte ervan is in verhouding tot de lichaamsbouw. De voorsnuit is even lang of iets korter dan de schedel. Van opzij gezien heeft het een goed geprononceerde stop. De vang is wigvormig en naar de neus toe afgerond. De expressie toont aandacht, intelligentie en alertheid. De ogen zijn bruin, blauw, amber of eender welke combinatie hiervan. Ook vlekken en marmering zijn toegestaan. Blue-merle en zwarte honden zwarte pigmentatie rond de ogen. Red-merle en en rood kleurige honden hebben leverkleur(bruin) pigmentatie rond de ogen. De oren zijn driehoekig, middelgroot en hoog aangezet. In volle attentie hangen ze naar voor of naar opzij als een rozeoor. Prik- of hangoren zijn uitsluitende fouten. De schedel is vlak tot licht gewelfd. Lengte en breedte zijn evenredig. Blue-merles en blacks hebben een zwarte neus en lippen. Red-merles en reds hebben een leverkleurige neus en lippen. De merles mogen kleine roze vlekjes op de neusspiegel hebben. De vlekjes mogen echter bij honden ouder dan een jaar geen 25% van de oppervlakte innemen. Het gebit moet volledig en scharend zijn. Accidenteel ontbrekende tanden of gebroken tanden worden niet bestraft.
Voor- en achterhand : Moeten goed gehoekt zijn. Voeten zijn ovaal, compact met dicht aanliggende, mooi gebogen tenen. Voetkussentjes zijn dik en veerkrachtig. Vacht : De vacht is van middelmatige lengte en dikte. Het haar op het hoofd, oren, voorkant van de voorpoten en onder de hakken is kort. Niet typische vachten zijn ernstige fouten.
Kleur : Blue-merle, black(zwart), red-merle en red(bruin), allemaal met of zonder witte en/of tan aftekening. De haarlijn van de witte kraag mag de schoft niet overschrijden. Wit is aanvaardbaar op de hals (als stukken of als volle kraag), borst, poten, onderkant snuit en bles/snep. Wit op het hoofd mag niet overheersen en de ogen moten volledig omringd zijn door kleur en pigment. Diskwalificatie : Witte vlekken of platen op het lichaam tussen de schouders en de staart, aan de zijkant tussen de ellebogen en de achterkant van de achterpoten bij alle kleurslagen. Onderbijters of bovenvoorbijters voor meer dan 1/8 inch.
Gangwerk : Een vloeiend, vrij en makkelijk gangwerk. Hij is zeer lenig in zijn bewegingen met een goed uitgebalanceerde en uitgrijpende tred. Staart : De staart is recht, gecoupeerd of natuurlijk kort(bob) en mag niet langer dan 10cm zijn.
Karakter : De Aussie is een intelligente, aktieve hond met een evenwichtig karakter. Hij is vriendelijk van aard, zelden vechtlustig. De Aussie is ietwat gereserveerd bij eerste ontmoetingen. Fouten : elk vertoon van verlegenheid, vrees of agressie. Er word wel eens gevraagd wat nu precies het verschil is tussen een Australian shepherd en een border collie. Beter zou zijn te vragen wat de overeenkomsten zijn. De Aussie is een collie-type hond, die door zijn kleurpatroon op het eerste zicht het uiterlijk heeft van een grote, te zware border collie. Daar houdt de overeenkomst op. De werkhond : De Aussie werkt anders bij het veedrijven dan de Border collie. Hij werkt op een meer opwaartse manier en vertrouwt op zijn kracht om de kudde in beweging te houden. In vergelijking met de Border collie gebruikt de Aussie het "eyen" maar heel weinig en zal vlugger ingrijpen als dat nodig is. Men mag niet vergeten dat de Aussie gefokt is om te werken op de grote ranches, die vaak bestaan uit honderden hectaren, soms ruig bebost heuvelachtig land. Op dit terrein worden honden deels ingestuurd om zelfstandig half-wilde kuddes te gaan ophalen. Hun mogelijkheid om lange afstanden te kunnen afleggen over allerlei soorten terrein en hun begaafdheid om zelfstandig te werken wordt dan ook zeer gewaardeerd. Aussies worden ingeschat als intelligent en atletisch, in staat om de kudde ten allen tijde onder controle te houden.
KENNELS
Some Kind of Magic Australian Shepherds Debby Michielsen & Luc Goossens Molenstraat 11 2180 Ekeren Belgiee-mail : lgoossen@be.packardbell.org website : www.blueearthnet.com/skm/index.html
|