Deze rasstandaard is vastgesteld door de F.C.I. onder nr. 143 dd
24-09-1991. De vertaling is geschiedt door mr. H.H. Dalmijn en geldt als officiële
D.V.I.N.-vertaling.
Oorsprong:
Gebruik: Geleide-, Waak- en Verdedigingshond.
Classsificatie F.C.I.:
Groep 2: Pinchers en Schnauzers, Molossers en Schweizer Sennehonden.
Sectie 1: Pinschers en Schnauzers met africhtingscertificaat.
KORT OVERZICHT VAN DE GESCHIEDENIS
Het ras van de Dobermanns voert als enige de naam van haar eerstbekende fokker
Friedrich Louis Dobermann. Volgens de overlevering was hij belastinginner, vilder en
daarnaast de stads-hondenvanger met het wettelijk recht alle loslopende honden te vangen.
Voor de fok paarde hij uit dit reservoir bijzonder scherpe honden. De belangrijkste rol
bij de opbouw van het Dobermannras speelden zeker de zogenaamde Slagershonden, die onder
de toen geldende omstandigheden al als een relatief doorgefokt "ras" konden
worden aangemerkt. Deze honden waren een soort van voorloper van de huidige Rottweiler
vermengd met een soort van herdershond, die in Thuringen in het zwart met roestrode
aftekeningen voorkwam. Met de hier opgesomde mengeling van honden heeft Doberman in de
zeventiger jaren van de vorige eeuw gefokt. Hij kreeg daardoor zijn ras, dat wil zeggen
gebruikshonden, die niet alleen waaks waren, maar ook manvaste hof- en huishonden. Ze
werden veel als waak- en politiehonden ingezet. Het veelvuldige gebruik in dienst van de
politie leidde toen tot de bijnaam "Gendarme-hond". Bij de jacht werden ze
overwegend voor de bestrijding van roofwild ingezet. Onder de hier geschetste voorwaarden
was het bijna onvermijdelijk, dat de Dobermann al aan het begin van deze eeuw officieel
erkend werd als politiehond.
De Dobermannfok streeft een middelgrote, krachtige en gespierd gebouwde hond na, die
ondanks alles in de lijn van het lichaam elegantie en adel uitstraalt. Hij moet bijzonder
geschikt zijn als geleide-, waak- en gebruikshond en evenzo als hond in het gezin.
1. ALGEMENE VERSCHIJNING
De Dobermann is middelgroot, krachtig en gespierd gebouwd. Door de elegante belijning
van zijn lichaam, de fiere houding, de temperamentvolle aard en de vastberaden uitdrukking
voldoet hij aan het ideaalbeeld van de hond.
2. BELANGRIJKE MAATVERHOUDINGEN (PROPORTIES)
De bouw is haast vierkant, dit geldt in het bijzonder voor de reu. De lengte van de
romp (van het borstbeen tot de zitbeenknobbel) mag de schofthoogte bij reuen met niet meer
dan 5% en bij teven met niet meer dan 10% overtreffen.
3. HET KARAKTER
De Dobermann is van huis uit vriendelijk en vredelievend, zeer aanhankelijk in het
gezin en houdt van kinderen. Een middelmatig temperament en een middelmatige scherpte zijn
een vereiste. Verder is een middelmatige prikkeldrempel vereist. Bij een goed geleide
Dobermann met werklust moet worden gelet op het vermogen tot presteren, moed en hardheid.
Ten aanzien van de oplettendheid ten opzichte van de omgeving moet veel waarde worden
gehecht aan zelfverzekerdheid en onverschrokkenheid.
4. HET HOOFD
4.1 De bovenkant: krachtig, bij de romp passend. Van bovengezien lijkt het hoofd
op een stompe keg. De dwarslijn van de schedel moet - van voren gezien - bij benadering
horizintaal verlopen, dus niet aflopen naar de oren. De haast recht vanuit de voortzetting
van de neusrug verlopen schedelbeenlijn helt tot de nek in een lichte ronding. De
rondingen van de wenkbrauwen zijn goed ontwikkeld zonder er uit te springen. De rimpel in
het voorhoofd is nog zichtbaar. De achterhoofdsknobbel mag niet opvallend zijn. Van voren
en van boven bekeken mogen de zijkanten van het hoofd niet uitsteken. De lichte welving
aan de zijkant van de bovenkaak en het jukbeen moeten in harmonie met de totale lengte van
de kop zijn. De spieren van de kop zijn krachtig ontwikkeld. De stop: het verloop van het
voorhoofd is gering, maar duidelijk herkenbaar.
4.2 DE SCHEDEL: de neus - de top van de neus is goed gevormd, meer breed dan rond en
met grote openingen, zonder naar voren te springen. Bij zwarte honden is de neus zwart en
bij bruine en blauwe honden overeenkomstig hun kleur lichter. DE BEK: de bek moet in de
juiste verhouding tot het hoofd staan en krachtig intwikkeld zijn. De bek is diep, de
mondspleet moet ver tot aan de molaren komen. Een goede breedte van de bek moet ook reiken
tot aan de bovenste en onderste snijtanden. DE LIPPEN: deze moeten vast en glad tegen de
kaak liggen en een strakke sluiting van de mondspleet waarborgen. Donker pigment en bij
bruine en blauwe honden een iets lichtere kleur. KAAK/GEBIT/TANDEN: krachtige, brede
boven- en onderkaak. Scharend gebit, 42 tanden volgens het tandschema, normale grootte. DE
OGEN: ze zijn middelgroot en ovaal en donker van kleur. Bij bruine en blauwe honden is een
iets lichtere kleur geoorloofd. Goed aanliggende oogleden, behaard ooglid. DE OREN: het
hoog aangezette oor wordt rechtop gedragen en is gecoupeerd op een lengte, die in
verhouding tot het hoofd staat. Voorzover er in een land een coupeerverbod bestaat (in
Nederland sinds 30 april 1989), wordt het ongecoupeerde oor als gelijkwaardig erkend.
(Gewenst middelgroot en met de voorste rand glad tegen de wangen liggend).
5. DE HALS
In verhouding tot het hoofd en lichaam van goede lengte. Hij is droog en gespierd. Hij
rijst omhoog in een sierlijk gebogen lijn. De houding is rechtop en toont veel adel.
6. HET LICHAAM
De schoft: deze moet vooral bij reuen in hoogte en lengte geprononceerd zijn en
daardoor de van het kruis af stijgende ruglijn bepalen. De rug: deze is kort en vast. De
rug en lendenen moeten van een goede breedte zijn en goed gespierd. De teef mag in de
lendenen iets langer zijn vanwege de voor de tepels benodigde plaats. Het kruis: dit moet
vanaf het heiligbeen in de richting van de staartaanzet gering, dus nauwelijks
waarneembaar, afvallen. Het moet er dus goed afgerond uitzien, maar mag noch recht noch
opvallend, afvallend zijn. Het moet een goede breedte hebben met een sterke spiermassa. De
borst: de lengte en diepte van de borst moet in een goede verhouding tot de lengte van de
romp staan, waarbij de diepte ongeveer de helft van de schofthoogte moet zijn. De borst
moet van een goede breedte zijn en naar voren bijzonder geprononceerd (voorborst). De
buiklijn: van het einde van het borstbeen tot het bekken is de buik duidelijk opgetrokken.
De staart: deze is hoog aangezet en kort gecoupeerd, waarbij twee staartwervels zivhtbaar
behouden blijven. In landen waar de wetgever een coupeerverbod voor staarten heeft mag de
staart "natuurlijk" blijven. De teelballen: bij reuen moeten beide teelballen,
normaal ontwikkeld, zich zichtbaar in het scrotum bevinden.
7. DE LEDEMATEN
7.1 De voorhand: Algemeen: de voorbenen staan van alle kanten bekeken bijna recht, dat
wil zeggen, loodrecht op de grond, en zijn krachtig ontwikkeld. De schouders: het
schouderblad ligt vast tegen de borstkas aan, is aan beide zijden van de schouderbladen
goed bespierd en steekt uit boven het doornuitsteeksel van de borstwervel. Bij een zo
schuin en zo goed mogelijk liggende schouder bedraagt de hoek naar de horizon ca 50
graden. De opperarm: goede lengte met goede bespiering, hoek tot het schouderbled ongeveer
105- 110 graden. De ellebogen: goed aanliggend en niet uitdraaiend. Het spaakbeen:
krachtig en recht, goede bespiering. De lengte in overeenstemming met het lichaam.
Voorpootwortelgewricht: krachtig. Voormiddenvoet: botten krachtig, van voren gezien recht
en van opzij een slechts nauwelijks waarneembare schuine hoek van hoouit 10 graden. De
voorvoeten: deze zijn kort en gesloten. De tenen naar boven gewelfd (kattenvoeten), de
nagels kort en zwart.
7.2 De achterhand: Algemeen: van achteren gezien toont de Dobermann - op grond van zijn
geprononceerde spierstelsel van het bekken - breed en afgerond in de heupen en het kruis.
De van het bekken naar het dijbeen en scheenbeen lopende spieren geven een goede
breedteontwikkeling ook in het gebied van het dijbeen, in de knieholte en bij het
spaakbeen. De krachtige achterpoten zijn recht en staan parallel. De dijen: deze zijn van
een goede lengte met een sterke bespiering. Een goede hoek naar het heupgewricht. De hoek
naar de horizon bedraagt ca 80-85 graden. De knie: het kniegewricht is krachtig en wordt
door de dij en het scheenbeen gevormd evenals door de knieschijf. De hoek van de knie
bedraagt ca 130 graden. Het scheenbeen: dit is middelmatig lang en is in harmonie tot de
totale lengte van de achterhand. Het spronggewricht: middelkrachtig, parallel. Het
scheenbeen verbindt zich in het spronggewricht met de middenvoetsbeentjes (hoek ca 140
graden). De middenvoet achter is kort en staat loodrecht op de grond. De achterpoten: net
als de voorpoten zijn de tenen ook kort, gewelfd en gesloten. De nagels kort en zwart.
8. HET GANGWERK
Het gangwerk is zowel voor het prestatievermogen, alswel voor het exterieur van
bijzonder belang. De gang moet elastisch, elegant, soepel, vrij en uitgrijpend zijn. De
voorbenen bewegen zich zo ver mogelijk naar voren. De achterhand geeft ver uiigrijpend en
veerkrachtg de gewenste stuwkracht. Het voorbeen van de ene kant en het achterbeen van de
andere kant worden tegelijk naar voren gezet. De rug, de banden en de gewrichten moeten
goed vast zijn.
9. DE HUID
De huid zit overal strak en is goed gepigmenteerd.
10. DE BEHARING
10.1 De gesteldheid van het haar: het haar is kort, hard en dicht. Het ligt vast en
glad en is gelijkmatig over het gehele oppervlak verdeeld. Onderwol is niet geoorloofd.
10.2 De kleur: de kleur is zwart, donkerbruin of blauw met roestrode, scherp
afgetekende zuivere brand. De brand bevindt zich op de bek, als vlek op de wang en
bovenste oogleden, op de keel, twee vlekken op de borst op de middenvoeten en voeten, aan
de binnenkant van de achterbenen, om de anus en op de zitbeenuitsteeksels.
11. GROOTTE/GEWICHT
11.1 Grootte: schofthoogte Reuen 68 - 72 cm, Teven 63 - 68 cm, telkens is het
gemiddelde gewenst.
11.2 Gewicht: reuen: ca 40 - 45 kg, Teven: ca 32 - 35 kg.
12. FOUTEN
Algemene verschijning: gebrek aan geslachtskenmerken. Te weinig substantie, te licht,
te zwaar, te hoog, zwakke beenderen. Hoofd: te krachtig, te smal, te kort, te lang,
teveel/te weinig stop, ramsneus, sterk afvallende schedelbeenlijn, zwak ontwikkelde
onderkaak, ronde of spleetogen, lichte ogen, te dikke wangen, niet aanliggende lippen,
bolle of diep liggende ogen, te hoog of te laag aangezette oren, open mondhoek. Hals: iets
kort, te kort, bovenmatig ontwikkelde keelhuid, keelkwabben, hertenhals, te lang (niet
harmonisch). Lichaam: rug niet vast, afvallend kruis, ingezakte rug, karperrug, te veel of
te weinig welving van de ribben, niet genoeg borstdiepte, respectievelijk brede evenals te
lange rug, ontbrekende voorborst, te hoog of te diep aangezette staart, te weinig of te
sterk opgetrokken buiklijn. Ledematen: te veel of te weinig hoeking van de van de voor-
respectievelijk de achterhand, losse ellebogen, van de standaard afwijkende stand en
lengte van de botten en gewrichten, te nauwe of te brede stand van de tenen, koehakkig /
O-benen en te nauwe stand van de achterhand, open of slappe voeten, onderontwikkelde
tenen, lichte nagels. Beharing: te licht, niet scherp begrensde, onzuivere brand, te
donker masker, grote zwarte vlekken op de benen. Lang zacht en wollig haar, evenals
plekken met te weinig haar of kale plekken. Grote haarkruinen in het bijzonder op het
lichaam, zichtbare onderwol. Karakter: ontbrekende zelfverzekerdheid, te hoog temperament,
te hoge scherpte, aggressiviteit, te weinig of te hoge prikkeldrempel. Grootte: van de
standaard afwijkende grootte tot 2 cm, moet worden bestraft met terugzetten in de
beoordeling. Gangwerk: onvaste, trippelende, niet vrije gang en telgang.
13 FOUTEN DIE TOT DISKWALIFICERING LEIDEN
Algemeen: uitgesproken omkering van de geslachtskenmerken. Ogen: gele ogen
(roofvogeloog), meerkleurige ogen. Gebit: overbijten, tanggebit, onderbijten en te weinig
tanden volgens het tandenschema. Teelballen: niet normaal ontwikkelde twee teelballen in
het scrotum. Beharing: witte vlekken, uitgesproken lang en golvend haar, uitgesproken
dunne beharing en grote kale plekken. Karakter: angstige, schuwe, nerveuze en overdreven
aggressieve honden. Grootte: honden, die meer dan 2 cm naar boven of naar beneden van de
standaard afwijken.
met dank aan: John van der Aart
Telefoonnummer rasvereniging: 075-6210170
Kennels
Van Den Zoberein
Vroomshoop
0546-644020
|